Uitvaartcentrum

Uitvaartcentrum

Rond 1900 hadden begraafplaatsen (of kerkhoven) het stempel van lugubere, ongezonde plekken. In de 19e eeuw was het begraven in en rond kerken om hygiënische redenen zelfs verboden. De eerste parkachtige begraafplaatsen buiten de stad dateren dan ook uit die tijd.

Uitvaart is onlosmakelijk verbonden met afscheid nemen en bewustwording van leven en dood. Oudere begraafplaatsen verwezen vaak naar een Bijbelse boodschap betrekking hebbend op het einde van het leven. Elke geloof had zijn ‘eigen’ symboliek en begraafrituelen, maar inmiddels is er sprake van een groeiende synthese. De ontwikkeling van de huidige funeraire architectuur (betrekking hebbend op de dood) is vrijzinniger, daarmee de maatschappelijke trends volgend. Elke geloofs- of levensovertuiging moet zich bij de uitvaart in de ruimte(s) thuis kunnen voelen: ‘feeling environment’.

De tijd van stemmigheid en formaliteit is aan het veranderen. Steeds vaker speelt de persoonlijkheid van de overledene een nadrukkelijke rol bij zijn/haar uitvaart. Maar ook de behoefte om met elkaars verdriet afscheid te nemen van de overledene krijgt meer aandacht. Een inrichting waarbij de zitplaatsen meer in een cirkel staan opgesteld is hierbij wenselijk. Kleuren die een bijzonder betekenis hadden voor de dode worden nadrukkelijk benoemd en zien we terug in de bloemenkeuze, de bekleding van de kist of urn, enzovoort.

Tips

  • Passende kunst en fraaie illustraties ondersteunen het karakter van de ruimte en kunnen de gedachten even helpen verzetten.
  • In de aula vindt de uiteindelijke uitvaart plaats. In deze ruimte komen leven, de dood en het leven na de dood samen. Er wordt gezamenlijk afscheid genomen van een dierbare. Daar moeten architectuur, inrichting en het kleurpalet op gericht zijn.
  • Kleuren hoeven de dood niet te benadrukken, maar mogen juist verfrissend zijn, zonder clownesk te worden. Geel- en oranjetinten bijvoorbeeld, geven een warm, geborgen gevoel.